Pompoen

J
F
M
A
M
J
J
A
S
O
N
D
Beschut zaaien
OZ
OZ
Buiten zaaien
BZ
BZ
Planten
P
P
Oogst
O
O

Kun je pompoenen onder glas zaaien?

Zaai pompoenen in het voorjaar onder glas, meestal rond april voor buitenteelt, aangepast aan je klimaat. Zaai één zaad per potje of cel ongeveer 1–1,5 cm diep in vochtige, goed doorlatende zaaigrond. Houd ongeveer 18–21 °C aan voor de kieming en geef zaailingen veel licht.

Houd de grond vochtig zonder hem te doorweken. Begin niet zo vroeg dat planten hun potjes ontgroeien voordat het buiten geschikt is. Laat krachtige, goed gewortelde planten geleidelijk afharden en plant ze met intacte kluit uit nadat het vorstrisico voorbij is en de grond is opgewarmd. Hoogte alleen bepaalt niet wanneer je uitplant.

Label ieder potje zodat je de rassen uit elkaar houdt, want jonge bladeren lijken vaak op elkaar. Maak de zaaigrond vooraf vochtig en controleer of overtollig water onder uit het potje kan lopen. Gebruik je een deksel om vocht vast te houden, volg dan het kiemen en lucht zodat de jonge scheuten niet voortdurend in condens staan. Geef het blad meteen na opkomst voldoende ruimte. Vullen de wortels het potje voordat je buiten kunt planten, zet de kluit dan voorzichtig in een groter potje in plaats van hem steeds te laten uitdrogen in een te kleine ruimte.

Zaaidiepte
2 cm
Opkomsttijd
8 dagen
Opkomsttemperatuur
18 °C

Hoe zaai je pompoenen met succes buiten?

Zaai pompoenen buiten pas nadat het vorstrisico voorbij is en de grond is opgewarmd, vaak in de late lente of vroege zomer afhankelijk van je klimaat. Kies een zonnige, beschutte plek met vruchtbare, goed gedraineerde grond met rijpe compost. Geef het gekozen ras voldoende ruimte.

Zaai twee of drie zaden per plek ongeveer 2–3 cm diep en behoud daarna de sterkste zaailing. Houd ongeveer 90 cm aan voor struikvormige rassen en 1,5 m of meer voor rankende rassen, volgens de rasaanwijzingen. Houd de grond vochtig zonder hem te doorweken en bescherm zaailingen tegen slakken. Laat bij gebruik van afdekking bestuivers bij de bloemen zodra die verschijnen.

Markeer elke zaaiplek met een rasetiket zodat je bij het uitdunnen geen planten verwisselt. Kiemen er meerdere zaden, verwijder de overtollige zaailingen dan voorzichtig zonder de grond rond de overblijvende plant los te trekken. Controleer vanaf het eerste blad op slakkenvraat. Lucht onder een cloche op zonnige dagen om oververhitting te voorkomen en kijk of het gietwater de zaaiplek bereikt. Beschouw de bescherming niet als een garantie tegen alle vorst: stel de zaai uit als langdurig koud weer wordt voorspeld. Houd tussen de plekken ruimte voor de planten die je laat doorgroeien.

Standplaats
Zon
Zaaidiepte
2 cm
Plantafstand
120 cm
Rijafstand
120 cm
Bodemtype
Humusrijk

Hoe plant je pompoenen?

Plant goed gewortelde pompoenen buiten nadat het vorstrisico voorbij is en de grond is opgewarmd. Laat planten van onder glas geleidelijk afharden. Kies een zonnige, beschutte plek met vruchtbare, goed gedraineerde grond, voorbereid met rijpe compost. Maak onderscheid tussen zaailingen uitplanten en rechtstreeks zaden zaaien.

Geef de potjes vooraf water en houd de kluit intact. Plant op dezelfde diepte, druk voorzichtig aan en geef ruim water. Volg de rasafstand: ongeveer 90 cm voor struikvormige types en 1,5 m of meer voor rankende types. Mulch met de stengelbasis vrij. Plaats voor verticale teelt een stevige steun en voorzie ondersteuning voor zware vruchten.

Maak de plantgaten voordat je de planten uit hun pot haalt, zodat de wortels niet onnodig blootliggen. Ondersteun de kluit met je hand en druk niet op de zachte stengel. Staat er nog een ander gewas naast, plan dan vooraf waar de ranken heen kunnen in plaats van later op streng snoeien te rekenen. Controleer bij een klein ras in een bak het beschikbare grondvolume en de afvoergaten. Voel tijdens het aanslaan naast iedere kluit of de grond vochtig is, ook als het gemulchte oppervlak nog fris lijkt. Laat tevens ruimte voor het groeiende blad.

Standplaats
Zon
Winterhardheid
Niet vorstbestendig
Plantafstand
120 cm
Rijafstand
120 cm

Hoe oogst je pompoenen?

Maak onderscheid tussen zomerpompoenen, die je jong met zachte schil oogst, en bewaarpompoenen die rijp worden geoogst. Gebruik voor bewaarrassen de rijpheidskenmerken van het ras, zoals een harde schil en de rijpe kleur, in plaats van alleen een hol geluid. Oogst voor vorst en snijd met schoon gereedschap, met een flink stuk steel aan de vrucht.

Bewaar alleen gezonde, onbeschadigde bewaarpompoenen. Laat de schil uitharden bij geschikte warme, droge omstandigheden zonder vorst en leg de vruchten daarna uit elkaar op een droge, geventileerde plek rond 10–15 °C. De bewaartijd hangt af van ras en toestand; zomerpompoenen blijven geen maanden goed. Controleer regelmatig en gooi rotte vruchten weg in plaats van ze snel op te eten.

Til elke vrucht op met steun onderaan en draag hem nooit alleen aan de steel: breekt die af, dan kan de wond de bewaring verkorten. Leg de vruchten neer zonder ze te gooien of tegen elkaar te stoten. Houd exemplaren met een beschadigde schil apart voor snel gebruik als ze verder gezond zijn, in plaats van ze bij de bewaaroogst te leggen. Noteer de rasnaam en oogstdatum om de partijen te volgen. Bekijk tijdens het bewaren ook de kant die op de plank rust, want daar kan bederf bij een snelle blik van boven onopgemerkt blijven.

Zaadopslag
8 jaar
Vermeerdering
Zaaien
Pompoen
Pompoen
Kenmerken
  • Levenscyclus : Eenjarig
  • Standplaats : Zon
  • Winterhardheid : Niet vorstbestendig
  • Moeilijkheidsgraad : Gemakkelijk
  • Volwassen hoogte : 50 cm
Zaaien & planten
  • Teelt in de kas : Niet vereist
  • Zaaidiepte : 2 cm
  • Plantafstand : 120 cm
  • Rijafstand : 120 cm
Onderhoud
  • Onderhoud : Matig
  • Waterbehoefte : Hoog
Overige kenmerken
  • Bodemtype : Humusrijk
  • pH voorkeur van de bodem : Neutraal
  • Gevoeligheid voor plagen : Matig
  • Ziektegevoeligheid : Matig
  • Onkruidgevoeligheid : Matig
  • Bestuiving : Insectenbestuiving
  • Vermeerdering : Zaaien