Doorschietende sla: hoe voorkom je dat?
Je sla groeit goed, maar ineens verschijnt er een lange bloemstengel. De plant schiet door: hij gaat bloeien en vormt later zaden. Dat hoort bij zijn levenscyclus, maar als het te vroeg gebeurt, worden de bladeren vaak taaier en bitter. Gelukkig kun je de kans op vroegtijdig doorschieten verkleinen.
Wat betekent doorschieten bij sla?
Een jonge slaplant maakt eerst vooral bladeren en wortels. Later ontwikkelt hij een bloemstengel, gevolgd door bloemen en zaden. Doorschieten is dus iets anders dan het kiemen van een zaadje. Het betekent dat de plant van bladgroei overgaat naar bloei.
Bij een bladgroente zoals sla willen we juist de bladeren oogsten. Na het doorschieten neemt de eetkwaliteit vaak af: de bladeren kunnen taaier en bitterder worden. Daarom oogst je sla het liefst voordat de bloemstengel zich ontwikkelt.
Waardoor schiet sla vroegtijdig door?
- Watertekort. Droge grond en onregelmatig water geven kunnen de plant onder stress zetten en vroegtijdige bloei bevorderen.
- Temperatuur. Warmte en plotselinge temperatuurwisselingen kunnen doorschieten stimuleren. Hoe gevoelig de plant is, verschilt per ras en groeifase.
- Lange dagen. In het late voorjaar en de zomer bevorderen lange dagen de bloei, vooral wanneer het ook warm is.
Hoe beperk je de kans op doorschieten?
- Kies een ras en zaaiperiode die passen bij het seizoen. Volg de aanwijzingen op het zaadzakje.
- Bescherm jonge planten bij warm weer tegen felle zon, bijvoorbeeld met lichte schaduw. Let ook in een kas op de temperatuur.
- Geef regelmatig water, zodat de grond niet steeds sterk uitdroogt. Geef bij voorkeur vroeg in de ochtend of in de avond water.
Doorschieten kun je niet onbeperkt tegenhouden: uiteindelijk wil de plant bloeien. Door op tijd te oogsten en in kleine hoeveelheden na elkaar te zaaien, vergroot je de kans op malse sla gedurende het seizoen.

