Salie
Hoe zaai je salie met succes onder glas?
Zaai gewone salie in het voorjaar onder beschutting, in kleine potjes of een zaaitray met afvoergaten. Zaad is vooral geschikt voor de gewone vorm: de eigenschappen van een ras met gekleurd blad blijven niet altijd behouden. Gebruik fijne, goed doorlatende zaaigrond en maak die vochtig voordat je de zaden verdeelt. Extra mest is in dit stadium niet nodig.
Zaai dun en bedek de zaden met een lichte laag zaaigrond, meestal ongeveer 5 mm volgens de aanwijzingen op het zakje. Druk voorzichtig aan en geef water met een fijne broes, zodat de zaden blijven liggen. Houd de grond licht vochtig en laat geen water in de onderschotel staan.
Zet de potjes op een warme, lichte plaats. Ongeveer 15 tot 20 °C is geschikt voor veel zaadpartijen; volg het advies van de leverancier. De kieming duurt vaak twee tot vier weken, maar kan variëren. Ventileer een eventuele afdekking en verwijder die na opkomst. Voorkom oververhitting achter glas en te weinig licht, waardoor de stengels lang en slap worden.
Verspeen voorzichtig naar afzonderlijke potjes zodra de zaailingen meerdere echte bladeren hebben en hanteerbaar zijn. Laat ze doorgroeien en laat ze geleidelijk wennen aan buiten voordat je na de laatste vorst uitplant. Houd minstens ongeveer 30 cm tussen planten, meer bij krachtige vormen, op een zonnige plek met goed doorlatende grond.
Hoe zaai je salie buiten?
Zaai gewone salie buiten in het voorjaar als stevige vorst niet meer te verwachten is en de grond is opgewarmd. Kies in een koel klimaat of bij nog koude, natte grond liever voor zaaien onder beschutting. Neem een zonnige, goed doorlatende plek die je gemakkelijk kunt controleren en vermijd plaatsen waar water blijft staan.
Verwijder onkruid en maak de bovenlaag fijn zonder onnodig diep te spitten. Bevochtig droge grond vooraf. Zaai dun in een ondiep geultje en bedek licht met fijne aarde, meestal ongeveer 5 mm volgens het zaadzakje. Leg niet elk zaadje dertig centimeter uit elkaar: die afstand geldt voor ontwikkelde planten. Eén tot twee centimeter diep begraven is geen noodzakelijke vaste regel.
Druk voorzichtig aan en geef water met een fijne broes om de zaden op hun plek te houden. Houd de bovenlaag tot de opkomst licht vochtig, zonder de grond te doorweken. De kieming duurt vaak enkele weken en verschilt met de temperatuur en de zaadpartij. Markeer de rij om jonge salie van onkruid te onderscheiden.
Dun geleidelijk uit zodra meerdere echte bladeren verschijnen: verwijder overtollige zaailingen. Houd minstens ongeveer 30 cm tussen planten, meer afhankelijk van hun groeikracht en uiteindelijke breedte. Beschadig de wortels van de blijvende planten niet. Zaad garandeert niet dat rassen met gekleurd blad hun bijzondere eigenschappen behouden.
Wanneer moet salie worden geoogst?
Oogst bladeren van je keukensalie, Salvia officinalis, wanneer de plant goed gevestigd is en genoeg groen draagt. Jonge lente- en zomerscheuten zijn bijzonder bruikbaar in de keuken. Plukken is niet beperkt tot één moment vóór de bloei: je kunt kleine hoeveelheden nemen wanneer gezond blad beschikbaar is.
Kies een droge dag nadat de dauw verdwenen is, vooral wanneer je de oogst wilt drogen. Neem enkele bladeren of zachte scheuttoppen met een schone schaar. Behoud bladeren en groeipunten op de takjes. Maak van oogsten geen sterke snoei in oud hout. Geef jonge planten en exemplaren die in het koude seizoen weinig groeien meer rust.
Gebruik verse bladeren na sorteren en spoelen. Maak voor drogen kleine losse bosjes of spreid de bladeren op een droge, geventileerde plek uit de zon. Berg alleen volledig droge oogst op, in een gesloten pot beschermd tegen licht. Controleer of geen vocht achterblijft voordat je afsluit. Het aroma verandert met de tijd. Oogst daarom liever naar behoefte dan een grote voorraad aan te leggen. Bewaar alleen gezonde bladeren.
Salie
- Type : Aromatische planten
- Sub-type : Bladgroenten
- Botanische familie : Lamiaceae (lipbloemenfamilie)
Kenmerken
- Levenscyclus : Vaste plant
- Standplaats : Zon
- Winterhardheid : Vorstbestendig
- Moeilijkheidsgraad : Gemakkelijk
- Volwassen hoogte : 60 cm
Zaaien & planten
- Teelt in de kas : Niet vereist
- Plantafstand : 20 cm
- Rijafstand : 30 cm
Onderhoud
- Onderhoud : Laag
- Waterbehoefte : Laag
Overige kenmerken
- Bodemtype : Zanderig
- pH voorkeur van de bodem : Neutraal
- Gevoeligheid voor plagen : Matig
- Ziektegevoeligheid : Matig
- Onkruidgevoeligheid : Matig
- Bestuiving : Insectenbestuiving
- Vermeerdering : Zaaien